Posts tonen met het label walmart. Alle posts tonen
Posts tonen met het label walmart. Alle posts tonen

maandag 5 juli 2010

Een vakantiebaantje als katoenplukker?

In Oezbekistan worden jaarlijks honderdduizenden kinderen gedwongen om katoen te plukken. Dat meldt de Environmental Justice Foundation (EJF) op basis van eigen onderzoek in de voormalige Russische deelstaat. In 2009 werkten naar schatting een miljoen kinderen in de oogsttijd op de katoenvelden. Gedurende twee maanden slapen ze in onhygiënische barakken, krijgen ze nauwelijks eten, verdienen ze vrijwel niets en lopen ze ernstige gezondheidsrisico’s.

De titel van het rapport waarmee de EJF aandacht vraagt voor de situatie in Oezbekistan vat de problematiek goed samen: Slave Nation. Het meest trieste nieuws is misschien wel dat de EJF al jarenlang dezelfde misstanden signaleert. De situatie voor jonge katoenplukkers is er sinds onderzoeken uit 2006 en 2008 niet beter op geworden. En dat terwijl een aantal grote afnemers, zoals Tesco, Walmart en C&A, hebben aangegeven de katoen uit Oezbekistan te boycotten.

Voor consumenten is het lastig om na te gaan of hun kleding gemaakt is van ‘foute’ katoen. Op het label in het kledingstuk zal je het woord Oezbekistan namelijk niet snel tegenkomen. De katoen die daar door kinderhanden wordt geplukt, wordt namelijk in een ander (ontwikkelings)land verwerkt tot stof en vervolgens vermaakt tot kleding. Ook achter het label ‘made in Turkey’ of ‘made in India’ kan daarom Oezbeekse slavenarbeid schuilgaan.

zondag 27 juni 2010

Ecokatoen versus de strijd tegen malaria

Bijna 900.000 mensen gaan jaarlijks dood aan malaria. Het grootste deel van de slachtoffers woont in Afrika en is jonger dan vijf jaar. De strijd tegen malaria lijkt er – met dank aan de corrupte regeringen en inadequate ontwikkelingshulp – net zo hopeloos als die tegen aids.

Volgens een reportage in Time is er nog een - schokkende - reden dat de bestrijding van de malariamug, die wereldwijd zo’n 240 miljoen mensen per jaar ziek maakt, niet van de grond komt in Oeganda. Huizen mogen daar namelijk niet worden bespoten met insecticide, ook al zou dit het aantal slachtoffers in het gebied kunnen halveren. Het verbod op bestrijdingsmiddelen is het gevolg van een lobby van producenten van biologisch katoen die leveren aan Walmart, Nike en H&M. ‘The reality is that Baby Omara is dying so Baby George can wear organic’, aldus Time.

Of deze bewering klopt, is moeilijk te achterhalen. Opvallend is dat in de Nederlandse media nauwelijks aandacht aan het verhaal van Time is besteed. Maar als de productie van kledinglijnen van ecokatoen werkelijk gepaard gaat met een verbod op bestrijdingsmiddelen dat jaarlijks tienduizenden kinderen het leven kost, wordt het wel verdomd moeilijk om ‘groen’ gelijk te stellen aan ‘goed’.