Posts tonen met het label tesco. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tesco. Alle posts tonen

vrijdag 20 mei 2011

Weer misstanden gemeld in Indiase kledingindustrie

In september 2010 beschuldigden De Volkskrant en de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) modebedrijven zoals C&A en H&M ervan kleding te laten produceren in dubieuze fabrieken in India. Bijna een half jaar later lijkt er weinig veranderd. Een nieuw rapport van SOMO slaat opnieuw alarm over de uitbuiting van kasteloze meisjes in vier textielfabrieken in de Indiase regio Tamil Nadu.

SOMO en de Landelijke India Werkgroep (LIW) zetten de problematiek uiteen in Captured by Cotton. Het rapport besteedt speciale aandacht aan vier grote Indiase geïntegreerde producenten: Eastman, SSM India, Bannari Amman en KPR Mill. Zij leveren aan onder andere Bestseller (het bedrijf achter Only, Jack & Jones), C&A, Diesel, GAP, Marks & Spencer, Primark, Tommy Hilfiger en Inditex (waartoe Zara behoort). De arbeidsomstandigheden in de fabrieken komen overeen met de definitie van de ergste vorm van kinderarbeid van de International Labour Association. De meisjes, die vaak jonger zijn dan achttien, verdienen lonen beneden het wettelijk minimumloon, moeten buitensporig overwerk verrichten, wonen op het fabrieksterrein in slaapzalen zonder privacy, hebben geen mogelijkheden om klachten in te dienen en kunnen geen contact opnemen met vakbonden of maatschappelijke omstandigheden.

Captured by Cotton signaleert dat er sinds augustus 2010 een aantal verbeteringen doorgevoerd bij Eastman en KPR Mill. Bedrijven zoals C&A, Bestseller, Primark en Tesco hebben inmiddels aangegeven de uitwassen gezamenlijk te willen aanpakken. Maar zicht op concrete, tijdgebonden acties is er volgens SOMO nog onvoldoende. Alle bedrijven die in de regio Tamil Nadu kleding laten produceren lopen een groot risico om betrokken te raken bij arbeidsrechtenschendingen, waarschuwt SOMO. Een woordvoerder van C&A bevestigt dit met zoveel woorden in een interview met De Volkskrant. 'Niemand die zaken doet met bedrijven in de kledingproducerende industrie in India is op dit moment in staat om direct of indirect contact met het sumangali-systeem te vermijden', aldus de woordvoerder.

Ondertussen hebben merken zoals Diesel en Mexx nog altijd een handelsrelatie met de omstreden fabrieken. SOMO en LIW hebben aangekondigd het beleid en de activiteiten van bedrijven die in Tamil Nadu produceren en inkopen te blijven volgen. En misschien is het tijd dat Nederlandse consumenten ook hun steentje bijdragen – niet door producten of merken te boycotten, maar door bij de westerse modebedrijven aan te dringen op verbeteracties.

vrijdag 8 oktober 2010

Fast fashion en duurzame mode vinden elkaar

Bij het Britse modebedrijf Topshop hangt binnenkort gerecyclede mode in de winkels. In de flagship store in Londen worden dit najaar voor het eerst kledingstukken verkocht van Goodone. Dit jonge Londense label staat bekend om het hergebruik van oude materialen.
De speciale collectie die Goodone heeft gemaakt voor Topshop bevat hippe items zoals leggings en zwarte jurkjes en wordt verkocht in de megastore in Oxford Street en via de website Topshop.com.

De samenwerking tussen Topshop en Goodone staat niet op zichzelf. De goedkope fast fashion keten verkoopt al verantwoorde producten van onder andere Annie Greenabelle en Swedish Hasbeens. En Goodone maakte al collecties voor Puma, supermarktgigant Tesco en Asos. Vergelijkbare voorbeelden liggen voor het oprapen. Zo ontwierp Stella McCartney al collecties voor Gap en Target. Het lijkt er dus op dat er steeds vaker een vruchtbare relatie ontstaat tussen fast fashion winkelketens en duurzame mode-initiatieven.

De recente commotie over C&A laat zien dat het samengaan van ultracommerciële modegiganten met duurzame initiatieven niet altijd van een leien dakje gaat. Het warenhuis gebruikt weliswaar veel biokatoen, maar is tegelijkertijd in opspraak vanwege unfair trade. Ook H&M en Primark, die nog al eens in het nieuws komen vanwege hun milieuonvriendelijke manier om oude collecties kwijt te raken, kunnen een flinke dosis extra duurzaamheidsbewustzijn gebruiken. Dat betekent voor ons consumenten dat we bij de spreekwoordelijke high street fashion maar beter uiterst alert kunnen blijven op wat we in het winkelmandje gooien.

maandag 5 juli 2010

Een vakantiebaantje als katoenplukker?

In Oezbekistan worden jaarlijks honderdduizenden kinderen gedwongen om katoen te plukken. Dat meldt de Environmental Justice Foundation (EJF) op basis van eigen onderzoek in de voormalige Russische deelstaat. In 2009 werkten naar schatting een miljoen kinderen in de oogsttijd op de katoenvelden. Gedurende twee maanden slapen ze in onhygiënische barakken, krijgen ze nauwelijks eten, verdienen ze vrijwel niets en lopen ze ernstige gezondheidsrisico’s.

De titel van het rapport waarmee de EJF aandacht vraagt voor de situatie in Oezbekistan vat de problematiek goed samen: Slave Nation. Het meest trieste nieuws is misschien wel dat de EJF al jarenlang dezelfde misstanden signaleert. De situatie voor jonge katoenplukkers is er sinds onderzoeken uit 2006 en 2008 niet beter op geworden. En dat terwijl een aantal grote afnemers, zoals Tesco, Walmart en C&A, hebben aangegeven de katoen uit Oezbekistan te boycotten.

Voor consumenten is het lastig om na te gaan of hun kleding gemaakt is van ‘foute’ katoen. Op het label in het kledingstuk zal je het woord Oezbekistan namelijk niet snel tegenkomen. De katoen die daar door kinderhanden wordt geplukt, wordt namelijk in een ander (ontwikkelings)land verwerkt tot stof en vervolgens vermaakt tot kleding. Ook achter het label ‘made in Turkey’ of ‘made in India’ kan daarom Oezbeekse slavenarbeid schuilgaan.