zaterdag 31 juli 2010

Van local food naar local fashion?

Volgens modeblog Fashionista draait duurzaamheid op kledinggebied – naast consuminderen – om het kopen van kleding van lokaal geproduceerde stoffen. Het belang van lokale productie is natuurlijk in de duurzame voedingsindustrie al gemeengoed. Vanuit milieuoogpunt is local food soms zelfs te prefereren boven biologische producten die uit verre landen worden ingevlogen. Wat dat betreft mag het geen verbazing wekken dat lokale productie ook binnen de ecomode steeds meer in de belangstelling staat.

In Nederland zijn er de nodige kleinschalige initiatieven: van ateliers van startende modeontwerpers in de Arnhemse krachtwijk Klarendal tot de ontwerpstudio van Denham the Jeansmaker in Amsterdam. Dit soort lokale productie is niet alleen ingegeven door milieuoverwegingen, maar ook door sociale betrokkenheid. In naaiateliers van Mode met een missie werken bijvoorbeeld vrouwen met psychiatrische aandoeningen of verslavingsproblemen. Het werk als naaister biedt hen een zinvolle dagbesteding en een kans om hun leefsituatie te verbeteren.

Toch lijkt grootschalige productie van kleding, schoenen en accessoires in ons land niet voor de hand liggend – ondanks de historie van textielindustrie in Twente en Brabant. Alexander van Slobbe, die onder het motto New Luxury ambachtelijke productiewijzen hoog in het vaandel heeft, laat zijn collecties in Oost-Europa maken. En de brandnetels die Brennels in de Noordoostpolder verbouwt, worden in Italië tot stof voor kleding gemaakt.

Ontbreekt het Nederland aan technische voorzieningen of expertise om lokale modeproductie naar een hoger plan te tillen? Of is ons land simpelweg te klein voor serieuze kledingfabrieken van enig formaat? Als dat laatste het geval is, zou die trend van local food wel eens een stevige concurrent voor local fashion kunnen blijken…

vrijdag 30 juli 2010

Shirts tegen sloppenwijken

‘Sloppen ruimen is mensen slopen!’ Dat is een van de slogans van de nieuwe campagne van Amnesty International tegen gedwongen huisuitzettingen, armoede en geweld in sloppenwijken. Het fairtrade kledinglabel Suite69 heeft speciaal voor deze campagne een t-shirt ontworpen.

Het t-shirt, dat zowel in heren- als damesvariant verkrijgbaar is, is klimaat neutraal geproduceerd van biologisch katoen. Wereldwijd wonen meer dan een miljard mensen in sloppenwijken, in huizen waar ze geen eigendomspapieren of huurovereenkomsten voor hebben. Jaarlijks worden zo’n twee miljoen van deze machteloze bewoners onwettig hun huis uit gezet.

Volgens Amnesty International zal de problematiek in sloppenwijken waarschijnlijk alleen maar ernstiger worden: de verwachting is dat het aantal sloppenwijken de komende decennia explosief zal toenemen. Een investering van nog geen twintig euro in een trendy duurzaam t-shirt lijkt dan ook geen overbodige luxe.

Het t-shirt van Suite69 voor Amnesty International, dat te koop is via de webshop van de mensenrechtenorganisatie, past in een bekende trend: shirts die worden gebruikt voor het sponsoren van een goed doel. Organisaties zoals Max Havelaar, WSPA, Dutchypuppy, Proefdiervrij, Oneman en kindertehuizen of scholen in onder andere Rwanda en India varen daar wel bij.

Voor fashionista’s zijn goededoelenshirts niet altijd een feest: wie heeft er behoefte aan het zoveelste vormeloze katoenen shirtje met activistische slogan? Een echte must-have voor modebewuste groene consumenten is de kledinglijn die Mary McCartney ontwierp voor Mini a ture, het Deense label dat opbrengsten doneert aan een weeshuis in India. Maar helaas zijn deze biokatoenen basics alleen in kindermaatjes verkrijgbaar…

donderdag 29 juli 2010

Mode doet meer dan Pink Ribbon

Pink Ribbon, dat ieder jaar in de maand oktober campagne voert voor bewustwording over borstkanker, wordt alsmaar groter. Er worden steeds meer armbandjes en magazines verkocht en het aantal BN’ers dat belangeloos medewerking verleent aan de campagne liegt er niet om. Ook de modebranche draagt een steentje bij met speciale kortingsacties en donaties.

Toch heeft Pink Ribbon serieuze concurrentie. Zo bestaat het internationale initiatief Fashion targets breast cancer dit jaar al zestien jaar. In tien landen – van Brazilië en Australië tot Portugal en Japan – worden initiatieven genomen om aandacht voor borstkanker te vergroten. Beroemdheden zoals Claudia Schiffer, Jodie Kidd, Cindy Crawford, Jerry Hall en Iman hebben zich al ingezet voor het goede doel onder het motto: 'giving back is always in fashion'.

Fashion targets breast cancer wordt gesteund door een breed scala aan spelers in de modewereld: PR bureaus, retailers, ontwerpers, modellen en celebs. En net als bij Pink Ribbon kunnen ook fashionista’s hun steentje bijdragen. Zo zijn er t-shirts, polo’s en ballerina’s te koop waarvan de opbrengsten ten goede komen aan het initiatief.

Voor wie het liever dicht bij huis zoekt, zijn de polsbandjes van Fight cancer een uitkomst. Onder het motto ‘Love life. Fight cancer’ tourt van 16 juli tot en met 14 augustus een blauwe vuilniswagen door het land, die dj’s zoals Johnny de Mol, Erik E. en Dimitri vervoert. Zij draaien gratis toegankelijke sets, terwijl de entreeprijs voor de afterparty rechtstreeks naar KWF Kankerbestrijding gaat. Voor fashionista’s is in het kader van de campagne een gehaakt polsbandje te koop. Een ideale manier om je collectie Pink Ribbon memorabilia uit te breiden!

Tijgers gaan voor tweedehands

Je struikelt tegenwoordig zo’n beetje over de kledingruilparty’s. Dat zijn geen bedompte zalen met verlepte tweedehandsjes, maar feesten met dj’s en designer dresses. Kennelijk hebben ook dierentuinen lucht gekregen van de trend, want in Emmen hebben tijgers de afdankertjes van bezoekers gekregen.

Ter ere van het 75-jarige bestaan van Dierenpark Emmen, zijn jeans ingezameld en aan de tijgers geschonken. De dieren gaan er niet mee op de catwalk: de kledingstukken worden in het verblijf opgehangen als speelgoed.

Dierenverzorgers van het park voorzien de verblijven van tijgers wel vaker van ongewone voorwerpen. Dat zou de nieuwsgierigheid prikkelen en alertheid stimuleren. De verwachting is dat er van de gedoneerde jeans niet veel overblijft als de tijgers er eenmaal een robbertje mee hebben gevochten. Maar er gaan ook al stemmen op dat de dieren helemaal geen interesse hebben in de spijkerbroeken. Wie weet biedt een kledingruilparty in de toekomst nog uitkomst...

woensdag 28 juli 2010

Tijd voor een groene garderobe

Vrouwen staan bijna een jaar van hun leven voor de kledingkast de hersens te pijnigen. Dat bleek onlangs uit Brits onderzoek naar de tijd die vrouwen besteden aan het kiezen van de juiste outfit.

De gemiddelde vrouw heeft iedere ochtend ongeveer een kwartier nodig om de juiste combi uit de kast te plukken. Gemeten over een gemiddeld (volwassen) mensenleven, komt dit neer op 287 dagen. De bijna 2500 vrouwen die in opdracht van modebedrijf Matalin werden ondervraagd, hebben vooral moeite met het kiezen van de juiste kleding voor uitgaan en vakanties. Maar ook doordeweekse werkdagen leveren hoofdbrekens op, want de gemiddelde vrouw trekt minstens twee outfits aan voordat ze een definitief besluit neemt.

Het wikken en wegen voor de kledingkast zal (vrouwelijke) aanhangers van duurzame mode niet vreemd in de oren klinken. Met de gestaag groter wordende keuze aan ecomode loop je een reëel risico de kledingkast te overvoeren – met alle dagelijkse keuzeproblemen van dien. Aan de andere kant betekent een écht groene garderobe dat je minder nieuwe aankopen doet en langer met je collectie verantwoorde basics en tijdloze klassiekers doet. En een overzichtelijke kledingkast, die is gevuld met bekende items, maakt het kiezen van de ideale outfit natuurlijk wel zo makkelijk.

Wat dat betreft zouden groene modeconsumenten wel eens bijzonder tijdsefficiënt met hun kleding kunnen omgaan. En met de tijd die je daarmee bespaart, zijn genoeg leuke (groene) dingen te doen, toch?

dinsdag 27 juli 2010

Ecokatoen krijgt concurrentie van koninklijk bamboe

De voordelen van bamboe voor het maken van kleding lijken te veel om op te noemen. Shirtjes dragen prettig omdat het materiaal zacht en ademend is. Bovendien is de kans op huidirritaties bij bamboe minimaal. En dan zijn er nog de milieuaspecten. Voor het maken van een stofje van bamboe zijn lang niet zo veel landbouwgrond, water, meststoffen en bestrijdingsmiddelen nodig als voor katoen.

‘Wij beschouwen bamboe als een koninklijk gewas’, zegt Katja Buturlina, oprichter en eigenares van Royal Bamboo, een jong Nederlands modelabel dat collecties maakt van bamboe. ‘Het is een plant die al eeuwen de mensheid dient als bouwmateriaal, voedsel en medicijn. De plant vraagt daarvoor maar heel weinig terug van de aarde. Bamboe groeit als een raket, terwijl daar maar weinig water voor nodig is.’ Geen wonder dus dat bamboe al wordt gebruikt voor bijvoorbeeld vloeren, meubels, bruggen, hekwerken, papier, muziekinstrumenten, verfkwasten, vliegers en sushimatten.

Ook in de mode-industrie is bamboe geen vreemde. Zelfs verstokte katoengrootgebruikers zoals Petit Bateau hebben kleding van bamboe in de collectie. Meestal gaat het om een mix van 70% bamboe en 30% katoen. De t-shirts van Royal Bamboo bestaan voor 95% uit bamboe – daar is alleen nog 5% elastan aan toegevoegd, zodat de stof lekker elastisch aanvoelt. Bijzonder is ook dat de collectie van luxe basic shirts zich niets aantrekt van seizoensmodes, zodat je er lekker lang mee kunt doen.

‘Royal Bamboo heeft echt invulling gegeven aan het concept slow fashion’, vindt Katja Buturlina, die onlangs de tweede collectie Royal Bamboo op de markt bracht. De collectie, die onder andere wordt verkocht via webwinkel watMooi, bestaat uit drie damesshirts met een bijzondere korte mouw die in modebestendige kleuren verkrijgbaar zijn: zwart, wit en taupe. ‘Ik weet waar de fast fashion tekort schiet in het proces van collectioneren, produceren en transporteren. De planning van zelfs de grote gevestigde modebedrijven is altijd veel te krap, waardoor de druk op fabrikanten wordt opgevoerd, en goederen ingevlogen moeten worden om op tijd in de winkels te liggen. Om deze reden ben ik geen voorstander van snel wisselende collecties en doe ik niet mee met het copycat gedrag van de meeste modemerken.’

Royal Bamboo ziet een zonnige toekomst voor de alternatieven voor het nog altijd alomtegenwoordige katoen in de kledingindustrie. ‘Biologisch katoen is een leuk marketingverhaal, maar zet in de praktijk niet heel veel zoden aan de dijk voor het milieu. Katoen zal naar mijn idee behoorlijke concurrentie krijgen van heel veel andere gewassen. Naast bamboe wordt er intussen steeds meer gedaan met brandnetels en ook van melk kunnen prachtige stoffen worden gemaakt. Ik vind bamboe een mooi materiaal en de plant heeft iets mysterieus en Aziatisch, wat me aanspreekt. Dat heb ik met brandnetels een stuk minder!’

maandag 26 juli 2010

Voor de Wereld van Morgen wordt modieus

Betwijfelt er nog iemand of de modewereld zich bekommert om de toekomst van onze planeet? De inzendingen voor subsidiewedstrijd Voor de Wereld van Morgen bewijzen dat innovatieve ondernemers serieus bezig zijn met duurzaamheid. En initiatieven op het gebied van mode ontbreken daarbij zeker niet.

Tot nu toe heb ik op de website van Voor de Wereld van Morgen drie projecten gespot die duurzame mode naar een hoger plan kunnen tillen. Een Motto is één van de acties die kans maken op de hoofdprijs van 20.000 euro. Met dit initiatief geven Melanie Kandelaars en Judy van Blaricon truien, spencers en vesten een tweede leven. De ontwerpsters maken nieuwe creaties van de afdankertjes van vrienden, bekenden en wildvreemden. De schenker geeft het duo zijn of haar levensmotto mee, dat vervolgens in het gepimpte kledingstuk wordt verwerkt. De afvalberg wordt er kleiner van en de wereld een beetje vrolijker!

Ook van andere mode-initiatieven bij Voor de Wereld van Morgen word je blij. Ontwerpster Ellen Willink wil collecties duurzame kleding laten maken in sociale werkplaatsen in Nederland. Dat is milieuvriendelijk, want het voorkomt het invliegen van kledingstukken uit verre oorden. En het creëert nieuwe arbeidsplaatsen in de sociale werkplaatsen waar kwetsbare groepen een baan kunnen krijgen. Ook sympathiek is het Huis van de Vlinders, een modebedrijf waar kwetsbare meiden en jonge vrouwen met een afstand tot de arbeidsmarkt werkervaring kunnen opdoen. Extra mooi is dat initiatiefneemster Isabelle Zumbrink uiteenlopende functies in het bedrijf beschikbaar stelt als werkervaringsplekken, zodat iedereen een passend leertraject kan volgen.

Liefhebbers van duurzame mode kunnen de komende maanden dus stemmen (en duimen!) op inspirerende acties van creatieve duurzame modeondernemers. Op 18 november wordt de winnaar bekend gemaakt tijdens een feestelijke prijsuitreiking.